MET RECHT IN HET NIEUWS

STRAFRECHT

vrouw en zoon veroordeeld voor mensenhandel 14-jarig meisje

Lelystad, 10 mei 2021

Een 39-jarige vrouw uit Amsterdam en haar 19-jarige zoon zijn veroordeeld voor mensenhandel van een minderjarig meisje. Zij hebben een toen 14-jarig meisje aangemoedigd en gefaciliteerd om geld te verdienen met seks, onder andere in een hotel in Almere. De vrouw is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Haar zoon heeft een jeugddetentie van 10 maanden opgelegd gekregen en de PIJ-maatregel.

Seksafspraakjes

In januari 2020 is de jongen door het meisje benaderd om haar te helpen met een seksadvertentie. Hij heeft aangegeven haar te willen helpen en haar vervolgens instructies gegeven. Ook heeft hij advies gevraagd aan zijn moeder. De moeder heeft zich vervolgens met de advertenties bemoeid en instructies gegeven. Ook stelde zij haar huis ter beschikking. Hoewel het meisje later nog twijfelde, heeft zij op aandringen toch een account aangemaakt op een website waar seksafspraken gemaakt kunnen worden. Bij de advertenties zijn ook naaktfoto’s geplaatst. Er vonden meerdere gesprekken met potentiële klanten plaats. Hoewel de meeste gesprekken niet tot een daadwerkelijke afspraak hebben geleid heeft er wel één afspraak plaatsgevonden in een hotel in Almere. Het meisje heeft daar seks gehad met een man die voor de afspraak 600 euro betaalde. Hiervan heeft zij 400 euro afgegeven aan de jongen, die dat geld weer aan zijn moeder gaf.

Medeplegen

In het dossier bevinden zich onder andere appgesprekken. Volgens de verdediging van de moeder en zoon ging een deel van de gesprekken niet over het maken van een seksafspraak voor het slachtoffer, maar om de verkoop van een DJ-set. De rechtbank gelooft dit verhaal niet. Uit de gesprekken met het slachtoffer en het dossier blijkt dat de gesprekken wel degelijk over seksafspraken gingen. Beide verdachten hadden een onmisbare rol en er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Juridisch betekent dit dat moeder en zoon schuldig zijn aan het medeplegen van mensenhandel.

PIJ-maatregel

De rechtbank neemt het moeder en zoon zeer kwalijk dat zij hebben geholpen om het meisje uit te buiten. Minderjarigen moeten maximaal beschermd worden tegen grensoverschrijdend gedrag waarvan bekend is dat slachtoffers op latere leeftijd nog de nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. De verdachten zijn geheel aan de belangen van het slachtoffer voorbij gegaan en hadden alleen oog voor eigen financieel gewin. Een 14-jarige is niet geschikt voor dit werk, en moeder en zoon hebben hier nooit bij stilgestaan. De jongen heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan heling, diefstal en hij was in het bezit van een wapen. Volgens deskundigen leidt hij aan een stoornis, dat ook seksueel gerelateerd is. De rechtbank is het met de deskundigen eens dat behandeling nodig is. Daarnaast straft de rechtbank de jongen, ook voor de feiten die hij pleegde toen hij meerderjarig was volgens het jeugdstrafrecht. Naast de jeugddetentie legt de rechtbank ook de zogenoemde PIJ-maatregel op voor de duur van 2 jaar (te verlengen tot maximaal 7 jaar). In de volksmond wordt deze behandeling ook wel jeugd-tbs genoemd. Ook moeten moeder en zoon het slachtoffer een schadevergoeding betalen.

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2021:1867 en  ECLI:NL:RBMNE:2021:1868

80 uur taakstraf voor aanranding tijdens spooktocht op camping

Lelystad, 07 mei 2021

Een 36-jarige man uit Urk is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur. De man maakte zich op 10 augustus 2019 schuldig aan aanranding van een vrijwilliger van een spooktocht. De spooktocht vond plaats op een camping in Biddinghuizen.

Seksuele intentie

Tijdens de spooktocht tilde de man de vrijwilligster op. Dit deed hij door haar billen vast te pakken. Toen hij haar had neergezet pakte hij met zijn handen haar gezicht vast en zei: ‘met schmink ben je lekker, maar zonder ben je nog lekkerder’. Daarna heeft hij haar borsten betast en maakte een seksueel getinte opmerking. Verschillende getuigen hebben dit gezien en hierover ook bij de politie verklaard. Dat de man geen seksuele intentie had gelooft de rechtbank niet. Niet alleen heeft hij de vrijwilligster op intieme delen aangeraakt, hij maakte ook opmerkingen waaruit de seksuele intentie kan worden afgeleid.

GHB

Volgens de advocaat van de verdachte is hij mogelijk gedrogeerd met GHB. Een getuige verklaarde namelijk dat iemand die avond GHB in een drankje zou hebben gedaan. De man uit Urk zou dit drankje vervolgens hebben opgedronken, terwijl dit drankje niet voor hem bestemd was. Bij de rechter-commissaris verklaarde de getuige dat deze persoon later heeft gezegd dat hij dat niet heeft gedaan, maar enkel gezegd heeft om stoer te doen. De rechtbank kan op basis van deze verklaring niet vaststellen of verdachte gedrogeerd is, met welke hoeveelheid dat dan zou zijn geweest en of dit van invloed was op het gedrag van de man. Vast staat wel dat hij onder invloed was van een forse hoeveelheid alcohol, maar dit heeft hij zelf opgedronken. Hij is dan ook schuldig aan de aanranding en verdient een straf.

Geen voorwaardelijke straf

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de aanranding in 2019 plaatsvond en dat de man niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De officier had de rechtbank gevraagd een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en een taakstraf van 80 uur. Uit niets blijkt dat de kans op herhaling reëel is waardoor een stok achter de deur – een voorwaardelijke straf – niet nodig is.

 

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2021:1827

Huishoudelijk geweld: 9 jaar cel en contactverbod

Utrecht, 03 mei 2021

Een 44-jarige man uit Utrecht heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan excessief, veelvuldig en mensonterend huiselijk geweld. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 9 jaar. Ook mag hij de komende jaren geen contact opnemen met zijn ex-vrouw,kinderen en haar familie.

Vader voerde moeder poep en urine

Jarenlang terroriseerde de man het gezin. Vanaf 2007 mishandelt hij stelselmatig zijn vrouw en kinderen. Het blijft niet alleen bij het slaan en trappen. Zo pakt hij op een gegeven moment met een tang de tong van de vrouw vast en trekt haar op die manier door de woning. Ook dwingt hij zijn echtgenoot om poep en urine van hun kinderen te eten en te drinken. Op 7 juni 2020 doet de vrouw aangifte. Kort daarvoor heeft de man geprobeerd zijn vrouw te doden door met een mes in haar bovenbeen te steken. Ook heeft hij kokend water over haar borsten gegoten. De rechtbank noemt de handelingen van de man uitzonderlijk, sadistisch en wreed. Bijzonder wreed voor de vrouw, maar ook richting de kinderen, is dat hij haar jarenlang heeft mishandeld, gekleineerd, beledigd en bedreigd waar de kinderen bij waren. Bovendien heeft de man de kinderen aangezet om hun moeder te mishandelen. De rechtbank vindt dat de man daarmee ook de kinderen (psychisch) heeft mishandeld.

Geen tbs

Sinds de aangifte hebben verschillende deskundigen geprobeerd om een beeld van de man te schetsen. Hij weigert alleen iedere medewerking. Zo is juridisch ook niet vast komen te staan of de man lijdt aan een stoornis. Het is daarom voor de rechtbank ook niet mogelijk om een tbs-maatregel op te leggen.

Straf

Bij het bepalen van de gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de manier waarop de man zijn gezin terroriseerde. Ook weegt de rechtbank mee dat de man niet wilde meewerken aan onderzoek van deskundigen. De officier van justitie had gevraagd om – indien de rechtbank geen tbs oplegt – een gevangenisstraf van 8 jaar. De rechtbank vindt dat te weinig en legt de man een onvoorwaardelijke celstraf op van 9 jaar. Daarnaast zeggen deskundigen van het Landelijk Expertise Centrum Eer gerelateerd Geweld dat er een kans bestaat op eerwraak. De rechtbank legt daarom een contactverbod op en een maatregel die het mogelijk maakt om de man na afloop van de gevangenisstraf nog beperkingen op te leggen bijvoorbeeld in de contacten met zijn vrouw en kinderen.

 

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2021:1786

geen celstraf wegens noodweer

Utrecht, 22 april 2021

Een 46-jarige man uit Veenendaal die vorig jaar bij zijn woning twee mannen neerstak met een mes krijgt geen straf. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat hij uit noodweer handelde en ontslaat hem van alle rechtsvervolging. De man maakte zich wel schuldig aan een strafbaar feit, maar is niet strafbaar.

 

Conflict ging over drugs

Dat de steekpartij met een aardappelschilmesje op 14 december plaatsvond en dat het verdachte was die op de twee mannen instak, staat wel vast. De Veenendaler bekende dit vrijwel direct na de steekpartij. Over de aanleiding voor de steekpartij lopen de verklaringen uiteen. Volgens de twee aangevers werden zij gestoken omdat zij nog geld van de man tegoed hadden voor het repareren van een scooter. Deze verklaringen vinden geen steun in het dossier. Zo is verdachte nooit in het bezit geweest van een scooter. Volgens hem kwamen de mannen naar zijn woonadres omdat zij dachten dat hij in het verleden op de pof drugs van hen had gekocht. Hij heeft vanaf het begin steeds dezelfde verklaring gegeven voor de steekpartij die wél ondersteund wordt door informatie uit het dossier. In de telefoon van de verdachte zijn berichten gevonden waaruit blijkt dat hij inderdaad voor de steekpartij cocaïne probeerde te kopen zonder daar direct voor te betalen. Daarnaast heeft de man verklaard dat hij door de twee aangevers is geslagen met een ploertendoder. Dit komt overeen met het letsel op de schouder van de man. Ook is na de steekpartij in de buurt van de woning een ploertendoder gevonden.

 

Niet alle verdenkingen bewezen

De man werd ook verdacht van het misbruiken van vijf andere leerlingen. Hiervan spreekt de rechtbank hem vrij. Ten aanzien van twee leerlingen is bewezen dat de leraar hun schouders en nek heeft gemasseerd. Hoewel dit ongewenst en ongepast kan zijn, is echter niet vast komen te staan dat er sprake was van seksuele handelingen en daarmee van ontucht.

 

Noodweer

De rechtbank komt tot de conclusie dat de aangiftes van de aangevers ongeloofwaardig zijn, terwijl de verklaring van verdachte overeenkomt met bewijsmiddelen in het dossier. De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of sprake is van noodweer. Het slaan met een ploertendoder kan juridisch gezien worden als een ‘ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding’. Een ploertendoder is in potentie een dodelijk wapen. Verdachte mocht zich hier tegen verdedigen met een aardappelschilmesje. Het beroep op noodweer slaagt, zo concludeert de rechtbank Midden-Nederland. Dat betekent dat de Veenendaler wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft wel gestoken, maar krijgt geen straf omdat het bewezenverklaarde in deze zaak niet strafbaar is.

 

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBMNE:2021:1588

Vrijgesproken van medeplegen dubbele doodslag al dan niet gevolgd door diefstal

Een 31-jarige Albanees is vrijgesproken van het medeplegen van een dubbele doodslag al dan niet gevolgd door diefstal in een pand aan de Bovenweg in Rotterdam. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag beslist.

 
Op 15 januari 2015 kwamen in het betreffende pand 2 broers van Albanese afkomst door vuurwapengeweld om het leven. In het pand werd ten minste 21 keer geschoten met 3 vuurwapens. De nu vrijgesproken man was tijdens de schietpartij in het pand en raakte zelf ook ernstig gewond. Het gerechtshof kan niet vaststellen dat de man 1 van de schutters was en ook niet dat er vooraf een plan was om de broers te beroven. In deze zaak zijn in hoger beroep aanvullende onderzoeken verricht. Doordat er zo vaak is geschoten, kan toch niet goed worden gereconstrueerd hoe de schietpartij is verlopen. De andere verdachte in deze zaak is voortvluchtig.

 
De rechtbank was ook al tot een vrijspraak gekomen voor het schietincident. Het Openbaar Ministerie was daartegen in hoger beroep gegaan en had een veroordeling tot een gevangenisstraf van 20 jaar geëist. Wel is de verdachte indertijd door de rechtbank onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van voorarrest voor handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie. Daartegen was geen hoger beroep ingesteld.

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2020:1314

In hoger beroep veroordeeld tot 20 jaar cel voor plegen van onder meer doodslag

Een 36-jarige Amsterdammer is in hoger beroep veroordeeld tot 20 jaar cel voor het plegen van onder meer doodslag. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vandaag beslist. De gevangenisstraf is 4 jaar hoger dan die de rechtbank eerder oplegde. Het Openbaar Ministerie, dat net als de verdachte in hoger beroep was gegaan van dat vonnis, had 18 jaar gevangenisstraf geëist.

 
De man schoot in november 2016 op de Ten Katestraat minstens 7 keer op twee broers die hem hadden achterhaald nadat hij had geprobeerd om een afpersing te plegen in de toenmalige shishalounge daar. De schietpartij vond plaats tijdens het afbouwen van de Ten Katemarkt op de avond dat kinderen daar in de buurt Sint-Maarten vierden. De broers raakten gewond en een 18-jarige jongeman, die wat verderop stond te kijken, werd dodelijk getroffen. Het gerechtshof overwoog dat de veroordeelde man onnoemelijk leed heeft toegebracht aan de nabestaanden van het jonge slachtoffer. Ook de broers ervaren nog dagelijks de gevolgen van deze schietpartij.

 
Het gerechtshof strafte hoger dan geëist omdat het extra gewicht toekende aan het gewelddadige verleden van de man. Onder meer schoot hij in 2007 een man dood die weigerde zich te laten beroven. Daarnaast overwoog het gerechtshof dat de man overduidelijk psychische problemen heeft en door niet mee te werken aan een onderzoek in het PBC heeft belemmerd dat een goede diagnose kon worden gesteld voor een behandeling.

 
Bovenop deze straf komt nog ruim 3 jaar detentie omdat het hof ook de aan de man verleende voorwaardelijke invrijheidstellingen van eerdere straffen heeft herroepen.
De man moet aan de nabestaanden schadevergoeding betalen, onder andere voor de begrafenis van het slachtoffer in het buitenland. Ook moet hij de twee gewonde broers onder meer elk 5.000 euro smartengeld betalen.

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2020:2036

33-jarige man vrijgesproken van elke strafbare betrokkenheid bij dood dochtertje van vriendin

 
De rechtbank Noord-Holland heeft een 33-jarige man vrijgesproken van elke strafbare betrokkenheid bij de dood van het dochtertje van zijn vriendin. De beschuldiging was in vier varianten vorm gegeven, van doodslag tot dood door schuld.

 
Het meisje was 1 jaar en 9 maanden oud, toen de man haar op 14 september 2019 met ernstig (schedel)hersenletsel naar het ziekenhuis bracht. Volgens de man was hij thuis met het meisje op de arm gestruikeld. Op de vloer van de overloop lag gedeeltelijk laminaat met een ondervloer die uitstak.
Hij struikelde over de rand van het laminaat of de ondervloer, verloor zijn evenwicht en viel. Het meisje viel met haar hoofd tegen de muur en de man is op of tegen haar aan gevallen. Beneden op de bank verloor zij het bewustzijn, waarna hij naar het ziekenhuis is gegaan. Daar is zij op 18 september 2019 overleden.

 
Door de patholoog is sectie verricht, waarbij ernstige uitgebreide traumatische letsels in het hoofd zijn vastgesteld. Volgens hem kan dit hoofdletsel (en de gevolgen daarvan) de niet-natuurlijke dood van het meisje hebben veroorzaakt. Het is bij leven opgelopen door een hevige botsende gewelds(krachts)inwerking. Dit kan zijn gebeurd door geweld (niet-accidenteel) en door een ongeluk (accidenteel), bijvoorbeeld bij een val van meer dan 1,5 meter hoogte.

 
Ook een forensische kinderarts heeft het aantreffen van het schedelhersenletsel bij het meisje waarschijnlijker (namelijk een 10 tot 100 keer grotere kans) geacht onder de hypothese van inwerking door geweld dan onder de hypothese van inwerking door een ongeluk.
De artsen zijn op de zitting uitgebreid als deskundigen gehoord. Hoewel zij bij hun conclusies bleven, werd ook duidelijk dat er enkele feitelijke gegevens ontbraken om die conclusies zonder enig voorbehoud te kunnen onderschrijven. Zo zouden een val van meer dan 1,5 meter hoogte, en/of een hoge beginsnelheid en/of een krachtige draai, mogelijk ook het vastgestelde trauma veroorzaakt kunnen hebben.

 
Er is dus meer feitelijke informatie nodig, in het bijzonder de gegenereerde beginsnelheid bij de struikeling over het laminaat, om met volledige zekerheid te kunnen beoordelen of de door de man beschreven val als oorzaak van het letsel is uit te sluiten.
Op basis hiervan concludeert de rechtbank enerzijds dat er weinig aanknopingspunten zijn om uit te gaan van de door de man geschetste gang van zaken, anderzijds dat de verklaring van de man door het gemaakte voorbehoud van de deskundigen niet volledig opzij geschoven kan worden. Bovendien is voor een bewezenverklaring uiteindelijk een forensisch oordeel nodig dat is uitgedrukt in een bepaalde mate van zekerheid over wat er wel is gebeurd.
De rechtbank valt daarom terug op de algemene conclusie van de beide deskundigen dat het letsel van het meisje waarschijnlijker is onder de hypothese van inwerking door geweld dan onder de hypothese van inwerking door een ongeluk.

 
En dat vindt de rechtbank onvoldoende om de man, buiten redelijke twijfel, schuldig te achten aan de dood van het meisje, in welke variant dan ook, omdat betekenisvolle, aanvullende feiten en omstandigheden ontbreken. Daarin verschilt de rechtbank van de officieren van justitie. Zij gingen uit van aanvullende omstandigheden en eisten 8 jaar gevangenisstraf voor doodslag op het meisje door de man.

 

Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2020:5429

Tieners hard aangepakt: Uren in de cel voor stelen koekje

Het Parool – Raounak Khaddari – 24 november 2018, 13:00

Met een vermaning kwamen snoepjes stelende tieners er doorgaans wel vanaf. Direct mee naar het bureau, uren vast in de cel en worden behandeld als een echte crimineel, dat is de nieuwe realiteit. ‘Het is hartstikke willekeurig.’

Een rol koekjes, lipgloss, een zak snoep of een blikje fris. Een minderjarige die een van deze producten zonder afrekenen in zijn jaszak of Eastpak stopt, de winkel uitloopt en wordt betrapt, hoeft niet meer te rekenen op slechts een reprimande. “Tegenwoordig is het bijna zeker dat je staande wordt gehouden en mee moet naar het bureau”, zegt jeugdadvocaat Harald Meijer.

Dat jongeren in Nederland steeds strenger worden aangepakt, durft de advocaat wel te stellen. Dat vindt ook Katja Berk. In een brief aan Het Parool vorige week beschrijft zij hoe haar 15-jarige zoon gehuld in een zwart scheurpak in een cel moest wachten, nadat hij was opgepakt door een undercoveragent voor het stelen van een beeld van een lammetje uit het café van Lil’ Kleine.

Basaltachtig
In het Jeugdjournaal deden drie tieners hun beklag nadat ze waren verdacht van het stelen van lippenstift en, jawel, koekjes. Zij brachten urenlang door in een cel en kregen te maken met ‘boze’ agenten. En in de Volkskrant probeerde journalist ­Toine Heijmans het delict van zijn kind niet te bagatelliseren.

Zijn 13-jarige zoon zat in papieren gevangenisbroek in een cel nadat hij, daar zijn ze weer, koekjes en twee drankjes had gestolen. ‘Als hij moet plassen escorteert een cipier hem naar de wc.’ Zijn zoon bleef bijna zeven uur opgesloten ‘in het basaltachtige cellencomplex’.

“De mensen die denken dat er te soft wordt geageerd, zijn dezelfden die denken dat de gevangenis een hotel is,” zegt jeugdadvocaat Meijer. “Ik zou zeggen: ga er zelfs eens een week zitten en kijk hoe lang je dat volhoudt.”

Het lik op stuk is niet zomaar. “Uit onderzoek en ervaring blijkt dat als men weet dat er direct wordt opgetreden het weerhoudt een grens over te gaan,” weet de advocaat. “Anders zingt al gauw het lied rond: joh, je wordt toch niet gepakt.”

Kinderrechtenverdrag
Volgens Meijer is het kinderen vooral om de kick te doen. “Op vrijdagmiddag bijvoorbeeld, dan is het spitsuur voor de jeugdadvocaten die dienst hebben.” Het gaat dan vaak op kleine winkeldiefstallen, door ‘zowel vmbo’ers als gymnasiasten’. De jongeren die ondanks de mogelijke consequenties toch besluiten voor de kick te gaan, belanden in het rad van fortuin.

Die beeldspraak is jovialer dan de werkelijkheid; het gehele justitiële apparaat treedt direct in werking. Nadat het kind is ontdaan van veters, koorden, kettingen of andere mogelijk verstikkende materialen en de ouders zijn gebeld, is het wachten in de politiecel.

Net zolang tot de minderjarige kan worden voorgeleid aan de officier van justitie. Maar niet voordat iemand van Jeugdbescherming is gearriveerd, een jeugdadvocaat op het bureau aanwezig is en ook de Kinderbescherming is ingeschakeld.

Uiterste maatregel
Bij de aanhouding wordt verder geen onderscheid gemaakt tussen minderjarigen en volwassenen. Sterker nog: de manier waarop er in Nederland met kinderen wordt omgegaan op politiebureaus is in strijd met Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties dat ons land in 1989 heeft ondertekend, zegt Maartje Berger, juridisch adviseur jeugdrecht bij Defence for Children.

“Opsluiten mag slechts een uiterste maatregel zijn en een minderjarige verdachte een nacht in de cel laten bij wijze van straf is niet toegestaan. Het kan alleen als er geen andere mogelijkheid is en het noodzakelijk is voor opsporingsonderzoek.”

“Kinderen direct in de cel gooien voor een jeugddelict, zoals een lippenstift meenemen of een pak koekjes achteroverdrukken, is een schending van de rechten van het kind.” Defence for Children trok hierover eerder aan de bel. “Hier worden fundamentele kinderrechten overschreden.”

Strafblad
In november vorig jaar bracht Defence for Children in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten daarom een adviesrapport uit aan minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming. “Hij heeft nog niet gereageerd.”

De gevolgen voor minderjarigen kunnen heftig zijn. Een kleine misstap kan kinderen nog lang achtervolgen. Van een uittreksel justitiële documentatie – in de volksmond ‘een straf­blad’ – wordt een veroordeling tot straf niet meer geschrapt als de dader meerderjarig wordt. “Dat kan problemen opleveren als ze bijvoorbeeld stage lopen,” zegt Meijer. Een Verklaring Omtrent Gedrag is voor het minste al nodig. Zelfs voor een callcenterbaantje waar gewerkt wordt met privacygevoelige informatie.

De woordvoerder van de landelijke politie, laat weten zich niet te herkennen in het beeld dat jongeren strenger worden aangepakt. “Als anderen dat vinden, dan is dat voor hun rekening”. Volgens de woordvoerder vragen agenten zich altijd af of het noodzakelijk is een kind mee te nemen naar het bureau.

We doen het liever niet, we zijn het zelfs eens met Defence For Children dat kinderen zo min mogelijk de cel in moeten. Anderzijds hebben agenten zich ook aan de wet te houden. Dus als er in de wet staat dat een kind recht heeft op een advocaat en die advocaat laat of later is, dan kan het zijn dat het kind in de cel belandt.”

Wel geeft de woordvoerder toe dat er werk aan de winkel is. Wat hoewel agenten ‘getraind zijn met alle leeftijden om te gaan en de meesten in staat zijn om kinderen en jongeren op een pedagogisch verantwoorde wijze te benaderen, zien we ook dat we er aandacht aan moeten blijven geven’. Met de Politieacademie onderzoekt de landelijke politie daarom wat er extra nodig is om dit in de basisopleiding al te realiseren.’

Excuusbrief
“En als het even kan probeert justitie bij kleine delicten een Haltstraf op te leggen”, zegt Eveline Huis van Bureau Halt. De samenstelling van de letters staat voor Het Alternatief. Jongeren krijgen dat bij een overtreding, zoals te vroeg vuurwerk afsteken maximaal twee keer aangeboden, bij een misdrijf één keer.

“Het is de kans om een veroordeling en dus een strafblad te ontlopen. Door middel van pedagogische interventie proberen we de dader van zijn daad te laten leren en herhaling te voorkomen. Ze moeten bijvoorbeeld een excuusbrief schrijven.”

“Halt is al een stap te ver,” zegt juridisch adviseur Berger. “Het gaat erom dat kinderen die worden opgepakt, nog voor ze worden voorgeleid als volwassen daders of verdachten worden behandeld. Het is een kind. Een kind dat een grens is overgegaan. En dan is het ook nog eens hartstikke willekeurig hoe er met minderjarigen op het politiebureau wordt omgegaan.”

Andere regels
De juridisch adviseur wijst erop dat het tijdstip waarop een kind wordt aangehouden, grotendeels bepalend is voor de vraag of de verdachte een nacht in de cel moet doorbrengen.

In Amsterdam hebben vier jeugdrechtadvocaten per dag piketdienst. Twee van zeven uur ‘s ochtends tot half twee middags en twee van half twee tot acht uur ‘s avonds. Wie zich na acht uur laat verleiden tot een misstap, is niet zelden veroordeeld tot een nacht in de cel.

Maartje Berger: “En dan treft de één een agent die geduld en enige pedagogische kwaliteiten bezit, terwijl een ander een keiharde diender voor zijn kiezen krijgt. Hoewel er toch echt in het verdrag is opgenomen dat je voor kinderen andere regels in acht moet nemen dan voor volwassenen. Dat doet de politie in Nederland nog te weinig, die overschrijdt nu zélf een grens.”

Twaalf jaar geëist tegen verdachte dodelijke schietpartij AMC

AD – Maarten van Dun 27-03-18

Adel de R. (21), die in oktober 2016 bij het AMC Ziekenhuis Isilnando Kammeron doodschoot, moet volgens justitie 12 jaar de cel in. Bedroefde familieleden zorgden voor een gespannen sfeer in de rechtbank.

Daar gaf de stugge Adel de R. het doodschieten van de 24-jarige Kammeron onomwonden toe: “Ik had niet de bedoeling om hem te doden, maar ik had wel de bedoeling om te schieten.”

De schietpartij volgde nadat een bekende van De R. door Kammeron in het gezicht was gestoken ‘zodat je helemaal door zijn wang heen kon kijken.’ Dat gebeurde bij snackbar Foodmaster in winkelcentrum Reigersbos. Kammeron, in het gezelschap van zijn zwangere vriendin, had nog geroepen ‘hier geen zin in te hebben,’ maar bij de vechtpartij had hij toch met een scherp voorwerp uitgehaald.
Toen de man met de steekwond in het gezicht naar de omgeving van het AMC toog, voegden zijn vrienden zich bij hem, onder wie Adel de R.

De sfeer raakte opgefokt: iemand liet een mes zien, De R. toonde het Skorpion-machinepistool dat hij sinds enkele maanden altijd bij zich droeg. Als we hem tegenkomen, dan gaat hij zien, had het geklonken.

Ter plekke
Bij het ziekenhuis liepen ze Kammeron inderdaad tegen het lijf. Adel de R. greep in zijn tas, trok het machinepistool en haalde de trekker over. Kammeron werd meerdere keren geraakt, voor de ogen van zijn zwangere vriendin. Hij stierf ter plekke.

Het betekende een gewelddadig einde aan een gewelddadig leven. Al sinds zijn dertiende kwam Kammeron in aanraking met justitie, vooral vanwege gewelddadige straatcriminaliteit. Toch vertelde zijn familie over de andere kant van Kammeron, in emotionele slachtofferverklaringen. “Nooit meer zal ‘s nachts de bel gaan omdat hij even een knuffel wilde halen.” Verdriet was er over zijn twee kinderen. “Wat vertel je een baby die ‘papa’ zegt terwijl papa er niet is?”

Volgens De R. schoot hij omdat Kammeron dreigend op hem was afgelopen, maar hij liet aan de rechtbank niet het achterste van zijn tong zien. Psychiaters en psychologen constateerden dat hij kampt met angsten. Justitie sluit niet uit dat De R. samen met zijn vrienden op zoek was gegaan naar Kammeron. Mogelijk zette een vriend van De R. hem aan om te schieten.

Nachtmerries
Advocaat Harald Meijer hield de rechtbank voor dat zijn cliënt worstelt met wat er is gebeurd. “Hij moet leren leven met wat hij heeft gedaan. Zijn leven is komen stil te staan, kampt met nachtmerries. Ook hij is zijn toekomst verloren. Die dag is een zwarte bladzijde in zijn leven.” Nu en dan klonken boze geluiden van de tribune, waar de familieleden van Kammeron dreigend naar De R. keken.

Officier van justitie Rob Kloos eiste 12 jaar, voor het schieten met ‘een krankzinnig vuurwapen’. “Hij heeft gehandeld vanuit het idee dat de aanval de beste verdediging is. Daarmee heeft hij een 24-jarige man uit het leven geschoten. Dat hij diens zwangere vriendin niet heeft geraakt, is vermoedelijk meer geluk dan vaardigheid.”

 

RIJNJA MEIJER & BALEMANS ADVOCATEN - MET RECHT EEN GOEDE KEUZE

Singel 450  - 1017 AV Amsterdam   Telefoon: 020 620 31 25   Telefax: 020 420 65 71   E-mail: info@rijnjameijer.nl

 
 
 
 
webdesign: B-AD|D